AFRA DE LEEUW

Winnen doe je met je hoofd

‘Als coach weet en ken je niet alles. Ik zoek constant naar nieuwe inspiratie.’ Max Caldas, bondscoach bij de hockeymannen, kijkt graag over de schutting naar andere sporten. En dan het liefst naar rugby. ‘Van die sport gaat mijn hart écht sneller kloppen. Rugby is hard, maar eerlijk.’ 

Caldas begon rond zijn zevende met hockey, eigenlijk per toeval. Nadat hij werd gescout tijdens een zomerkamp, speelde hij bij meerdere clubs in Argentinië, Australië en Nederland. In 1996 en 2004 deed hij mee aan de olympische spelen. In Australië begon Caldas ook met coachen. ‘Mijn eigen coaches waren vaak topspelers die voor het nationale team speelden. Zij gaven hun knowhow met liefde door aan de spelers. Daar had ik veel bewondering voor. In Australië ontdekte ik mijn eigen liefde voor het coachen. Niet als hobby, maar als serieus vak.’ 

Toen Caldas in Nederland na vier jaar stopte met hockey, wist hij gelijk dat hij coach wilde blijven. Dat deed hij onder andere als assistent en bondscoach van nationale jeugdselecties bij de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond en als bondscoach van het Nederlands dameselftal. In 2015 maakte Caldas de overstap naar het Nederlands herenelftal; heren die al meerdere keren een rugbybal vasthielden.

Dynamisch 

‘Ik heb het team een tijdje touch rugby laten spelen als warming-up. Er zijn zoveel componenten die het spel mooi maken: kracht, snelheid, wendbaarheid, flexibiliteit, tactisch vermogen. Rugby is een ontzettend dynamische sport. Ik kijk naar hoe een team hun skills traint en waarom ze bepaalde keuzes maken. Ook toets ik mijn eigen coaching aan dat van andere coaches. Hier kun je veel van leren.’ 

‘Ik speelde zelf ook rugby, op school’, vertelt Caldas tussendoor. ‘Dus ik heb een soort voorliefde voor de sport. Rugby heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de belangstelling die er was voor het WK Rugby dit jaar. En het is natuurlijk een olympische sport geworden.’

‘We konden spelen voor goud, maar dat hebben we zelf laten liggen’

Een belangrijk aspect dat Caldas vanuit rugby vertaalt naar zijn eigen team is respect: voor de tegenpartij, maar ook voor jezelf als speler. Caldas: ‘In mijn ogen houdt respect in dat je je iedere wedstrijd maximaal geeft en er niet de kantjes vanaf loopt. Slecht spelen is één ding, maar ik vind het respectloos als je je inhoudt omdat je vindt dat je beter bent dan je tegenstander. Daar praat ik ook over met mijn team. Als je met 5-0 kunt winnen, moet je dit ook doen. Dit geldt trouwens voor iedere sport, niet alleen voor hockey of rugby.’ 

De klap van Rio 

Over winnen gesproken, de klap van Rio dreunt nog steeds na bij Caldas. De hockeymannen werden vierde op de Olympische Spelen. Ze verloren de halve finale tegen België en ook tijdens de wedstrijd om de derde plek tegen Duitsland pakten ze geen winst. ‘We konden spelen voor goud, maar dat hebben we zelf laten liggen. Die pijn gaat mij nog wel vier jaar achtervolgen.’

‘Het was puur een mentale kwestie’, vertelt Caldas over de wedstrijd tegen België. ‘We dachten van tevoren teveel na over wat we wilden doen; dan doen we dit en dit en dan dat. Maar niet omdat het moment daarom vroeg. Ook was het vertrouwen niet sterk genoeg om alles in zo’n potje te doorstaan. We hebben niet verloren van België omdat hun team enorm goed was – al is het een goede ploeg hoor -, maar omdat wij ondermaats presteerden.’

‘In topsport is het cruciaal om kritisch te zijn’

Caldas zoekt het verlies ook bij zichzelf. ‘Ik verwijt het mijzelf dat ik de spelers in Rio niet wat vaker heb aangetikt om te vragen hoe het met ze ging. Ik had dichter bij de spelers moeten staan. Die zachte kant is eigenlijk een van mijn kwaliteiten, maar die heb ik tijdens de spelen in Rio onvoldoende benut.’

‘Dat is één gedeelte, het tweede gedeelte is dat de bom vaker had mogen ontploffen, om het zo te zeggen. Dat er voor een wedstrijd wordt gezegd waar het op staat en wat er moet gebeuren. En niet achteraf, dan is het moment voorbij.’

‘Twee wijze lessen die echt te maken hebben met het mentale deel van het spel’, concludeert Caldas. ‘Dat mentale gedeelte moet bestaan uit een dikke laag beton van vertrouwen. Vertrouwen in jezelf, naar elkaar toe, naar de coaches. Je moet kunnen zeggen waar het op staat en dit ook kunnen incasseren. In topsport is het daarnaast cruciaal om kritisch te zijn. Goed is goed en niet goed is niet goed. Als het niet goed is, moet je het veranderen.’

Context wint

Kritisch zijn is niet alleen belangrijk voor het team, Caldas blijft ook kritisch op zijn eigen manier van coachen. Hij vraagt mensen binnen en buiten de bond regelmatig om te sparren over keuzes die hij wel en niet maakt als coach.

‘Ik houd niet van dogmatisch denken. Daarmee bedoel ik dat je zegt: “We doen het zo, altijd!” Het is als coach juist belangrijk om veel oplossingen en ervaring te hebben om de juiste keuze te kunnen maken op een heel specifiek moment. Natuurlijk heb je een voorliefde voor een bepaalde manier van spelen, maar dat is ondergeschikt aan de context.’

Beukende buffels

Het uiteindelijke doel van alles wat Caldas doet, is een topteam neerzeten. Caldas: ‘Op elk gebied, of dat nu fysiek, mentaal, inhoudelijk of wat dan ook is, moet je perfectie nastreven. Een mooi voorbeeld is Dane Coles, hooker van de All Blacks. Hij staat op de eerste rij, maar speelt als een back. Daar word ik vrolijk van. Zijn skillsset is fenomenaal. Vroeger waren de voorwaartsen misschien grote, bloedende, beukende buffels en de backs snel, alles ontwijkend en liepen schoon het veld af, maar dat is al lang niet meer zo. Het spel is enorm ontwikkeld.’

‘Ik onderscheid vaak basistechnieken en speltechnieken. Een basistechniek is bijvoorbeeld een pass-oefening, dat kunnen veel mensen wel, maar het gaat mij om de speltechnieken. Wanneer ga je wat toepassen in je keuzes. Echt goed spelen is de juiste keuzes maken op het juiste moment. Dat heeft te maken met hele goede skills, tactiek en het steeds opnieuw kiezen. En zodra het moment voorbij is, kies je opnieuw en opnieuw en opnieuw. Zonder te oordelen of je vorige keuze nu een goede of slechte was. Wanneer een team daarmee in synch is met elkaar, dan ben je onverslaanbaar.’

Using Format